Dressing voor sla | zo maak je een sladressing extra lekker

Een dressing voor sla kan echt het verschil maken tussen lekker en verrukkelijk. Hoe maak je een goede dressing?

Lekkere sla wordt nog lekkerder met een goeie dressing. En soms is dat niets meer dan een gulle kloek prima olijfolie en wat zout. Puntje van aandacht: jouw heerlijke dressing verdient natuurlijk wel een lekkere sla.

Dressing voor sla: kies lekkere sla
Uiteraard hangt je keuze van de dressing af van de salade die je maakt en welke smaak je naar voren wilt laten komen. Kies voor je salade altijd verse ingrediënten. Sla is er tegenwoordig in heel veel soorten. Kies het beste van het beste: dat is het begin van elke goede salade.

Sla kun je gewoon zo eten. Verse sla – ik bedoel vers van het land – is het lekkerst. Vers van het land betekent opeten binnen 2 uur na het afsnijden eten… Ik haal het uit de moes, maar er zijn ook (bio)kwekerijen waar dat kan. Of ga naar je groenteboer.

De dressing
Als je je dressing maakt, proef dan voortdurend. Proef de olie die je wilt gebruiken. Proef je dressing na de laatste toevoeging. Wat ontbreekt er nog? Moet er meer zuur in of juist wat meer zoet?

TIP: als je de dressing door de salade mengt, zorg dan dat elk blaadje van de sla ermee in aanraking komt. Probeer maar; het maakt je salade nog veel lekkerder.

Iets over de basisprincipes van de dressing en wat tips

Verhouding
Veel dressings worden gemaakt met (olijf)olie en azijn of citroen/limoenzuur. Er zijn uitzonderingen, maar in 90% van de gevallen zijn dat de basisingrediënten. De basisverhouding olie:azijn is ongeveer 3:1 Drie theelepels olie, 1 theelepel azijn. Lekkerder (en steeds anders) wordt het wanneer je de verhoudingen uit de losse pols schudt en gewoon proeft of het naar je smaak is.

Variëren
Met dressings kun je naar hartelust variëren. Zo krijgt je salade elke keer weer een andere smaak. Gebruik andere olie, andere azijn, andere zuurtjes, mosterd, andere mosterd, een likje mayo, yoghurt, blauwe kaas, kruiderij, knoflook, kappertjes, een beetje zout als tegenhanger van het zuur of juist een beetje zoet zoals een schepje suiker of wat honing… Je kunt zelfs op één bord twee salades maken, elke met een eigen dressing, bijvoorbeeld een wat zoetige en een wat zuurdere. Experimenteer!

De olie moet lekker zijn
Met al die ingrediënten kun je ook weer volop variëren. Als je olie gebruikt, gebruik dan een goeie olie. Dat mag een lekkere olijfolie zijn. Of een uitstekende zonnebloemolie. Walnotenolie. Hennepolie. Pompoenpitolie. Arganolie.
Er zijn zoveel goede (olijf)oliën, allemaal met een eigen smaak. Proef daarom altijd eerst de olie die je gaat gebruiken. Een goede olijfolie of notenolie geniet de voorkeur. Arganolie kan ook, maar heeft een heel eigen karakter en misschien vind je zonde om die kostbare olie voor een dressing te gebruiken.

Varieer met zuur
Ook azijn is een belangrijk onderdeel van de dressing. Het is er in allerlei smaken en soorten: wilde granaatappelazijn, notenazijn, wijnazijn (rood en wit), frambozenazijn, kruidenazijn, appelazijn, balsamico-azijn (een Italiaanse wijnazijn gerijpt op houten vaten, is er ook in een witte variant).
Niets houdt je echter tegen om iets anders te gebruiken: citroensap, limoensap, sap van de (bloed)sinaasappel. Of dat restje wijn van vorige maand dat je niet meer durft te drinken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *